Wat is evolutie

Bij Waar slaat het op? maakte je kennis met enkele bijzondere kenmerken van organismen. Al deze feiten zouden wetenschappelijk onverklaarbaar zijn als soorten onveranderlijk waren. Maar als je accepteert dat soorten wel kunnen veranderen, dan blijken de feiten een begrijpelijk verhaal te vertellen. De bijzondere kenmerken zijn sporen van vooroudersoorten: soorten die eerder leefden en waaruit de latere soorten zijn voortgekomen. 

Evolutie is kort gezegd: afstamming van voorouders, inclusief een opeenstapeling van wijzigingen. Zo lijken kinderen grotendeels op hun ouders, maar zijn er altijd verschillen, hoe klein ook. Nu is het mogelijk dat kleine verschillen door de generaties heen groter en groter worden. Daardoor hoeven tegenwoordige generaties niet veel te lijken op hun verre voorouders. Eigenschappen waaraan je een soort herkent, kunnen namelijk veranderen. Soortkenmerken kunnen zelfs verdwijnen of ontstaan. Ook kunnen ze blijven bestaan terwijl ze hun functie verliezen of juist van functie veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de voorpoten van gewervelde landdieren en die van walvisachtigen.


Wat evolutie niet is

Ook Pokémons evolueren niet, al noemen hun scheppers dat wel zo. Biologisch gezien doet het denken aan gedaanteverwisseling of metamorfose.

Het woord evolutie betekent geleidelijke ontwikkeling. Vaak spreekt men wel over evolutie, maar bedoelt men wat anders dan biologen. Zo heeft biologische evolutie niet veel te maken met de evolutie van dode dingen, zoals sterrenstelsels en automobielen. Biologische evolutie werkt namelijk anders (zie Hoe kan dat?).

Evolutie is ook niet:

  • de spectaculaire gedaanteverwisseling van rupsen, jonge platvisjes en kikkervisjes in volwassen dieren (wat in de biologie metamorfose wordt genoemd).
  • Het ontstaan van leven (de eerste cellen) uit levenloze materie (4.400 tot 3.800 mjg).
  • Alles dat nog eerder gebeurde, zoals het ontstaan van het zonnestelsel (4.567 mjg, met onder meer de aarde) en het heelal (13.8 mjg - de 'oerknal').

Feit of fictie?

Schetsje van Darwin uit 1837, gemaakt lang voor zijn eerste publicatie over evolutie en voorzien van de kanttekening: ik vermoed . . .

Het bestaan van evolutie werd voor het eerst overtuigend aangetoond door de Engelse natuuronderzoeker Charles Darwin. Dat deed hij in 1859 met een boek waaraan hij dik twintig jaar werkte en waarin alle kennis van dat moment was verwerkt. Nog in de negentiende eeuw was het merendeel van de biologen en geologen overtuigd van zijn gelijk. Sindsdien is er veel meer kennis over de natuur en zijn er door moderne onderzoekstechnieken ook andersoortige aanwijzingen voor een evolutionaire geschiedenis van het leven op aarde. (Zie onder meer Waar slaat dit op?) Nooit is er iets ontdekt dat als bewijs tegen evolutie gezien kan worden. Hoewel tegen-bewijzen goed denkbaar zijn.

Het inzicht dat soorten ontstaan uit eerdere soorten door evolutie is in de wetenschap al lang geen punt van discussie meer. Sterker, het evolutionaire wereldbeeld (paradigma) vormt de basis voor de moderne bio-wetenschappen. Evolutie is daarom even waar als bijvoorbeeld platentektoniek, dat aardbevingen veroorzaakt, gebergten doet ontstaan en continenten laat verschuiven. En even waar als het bestaan van atomen (al zie je die niet). Of dat de aarde bolvormig is en rond de zon cirkelt (al ziet dat er niet zo uit). Moet je in evolutie geloven? Met de huidige kennis van de natuur is dat een vreemde vraag. Waarom zou je evolutie niet accepteren als wetenschappelijk vastgesteld natuurverschijnsel?

Behalve evolutie is er ook zoiets als evolutietheorie. Men gebruikt de woorden wel door elkaar. Met evolutietheorie wordt echter de verklaring voor evolutie bedoeld. (Zie verder Hoe kan dat?)

Miljoenen of zelfs miljarden jaren geleden?
Als je dat ongelooflijk vindt, kijk dan eens naar de maan. Het maanoppervlak is getekend door de inslagen van vele meteorieten. Deze werden aangetrokken door de zwaartekracht van de maan. Vlak bij staat de aarde, die een grotere aantrekkingskracht heeft op meteorieten en daardoor veel meer inslagen te verduren zal hebben gehad. Uit de overleveringen van de verschillende volkeren blijkt niets van deze verwoestende gebeurtenissen. Bovendien zijn er aan het aardoppervlak en ook eronder maar weinig inslagbekkens te vinden. Hieruit blijkt dat de inslagen op aarde ouder zijn dan de mensheid. Maar ook dat de de littekens zijn uitgewist door erosie, sedimentatie en plaattectoniek. Dit in tegenstelling tot de maan, die geen actieve korst heeft. Zij toont dan ook de sporen van miljarden jaren geschiedenis.